Waimh-Vlaanderen Waimh-Vlaanderen Waimh-Vlaanderen Waimh-Vlaanderen Waimh-Vlaanderen Waimh-Vlaanderen
17 gasten online

Onze visie

Infant Mental Health uitgelegd


Infant Mental Health: de mentale wereld tussen 0 en 3

Met Infant (> Latijn ‘infans’: onmogelijk om te praten) wordt verwezen naar een doelgroep waarin kinderen vanaf de conceptie tot aan de leeftijd van drie jaar zijn betrokken. Infant Mental Health (of IMH) betekent letterlijk “geestelijke” of “mentale” gezondheid van de baby en het jonge kind.  Hoewel we als mens zelden concrete herinneringen vasthouden aan de eerste levensjaren, hebben onze eerste ervaringen een emotionele impact op onze mentale en algemene ontwikkeling. Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. Als pasgeboren baby zijn we als mens veel hulpelozer dan andere primaten [1]. Een menselijke baby die ter wereld komt is volledig afhankelijk van zijn zorgomgeving om te overleven [2]. Maar overleven heeft een veel bredere betekenis dan gevoed en verzorgd worden. Vanaf de eerste interpersoonlijke ontmoetingen leren baby’s dat ze deel zijn van een relationele wereld. Deze relationele ontmoetingen of interacties waarin een baby dagelijks vertoeft vormen de bagage van zijn latere verwachtingspatronen omtrent sociale omgang [3]. Reeds prenataal tonen baby’s hun responsiviteit en spontane openheid naar de omgeving (e.g., [4-7]). Baby’s reageren op de stem [8,9], gezicht [10] en de geur [11]van hun moeder, worden betrokken in zeer vroege betekenisvolle vocale en ritmische uitwisselingen [12-19] en maken verbinding met de omgeving via visuele [20] en auditieve [18] spiegelingen. Een baby zal gretig ingaan op iedere uitnodiging van de omringende sociale leefwereld en tevens een gemis ervaren bij het ontbreken ervan [21]. Deze dans van sociale interactiecycli wordt aanvaard als een belangrijke basis voor de latere gehechtheid en verdere sociale ontwikkeling [13].  Eenmaal een baby deze waaier van dagdagelijkse emoties en hun affectieve betekenis ervaren heeft, kan hij/zij met behulp van de omgeving leren om hier woorden aan te geven. Beetje bij beetje, met de hulp van een zorgende en begrijpende context, leert een jong kind woorden te verbinden aan zijn of haar mentale belevingswereld en uiteindelijk ook aan die van de anderen. Dit is een ingewikkeld proces dat ook wel mentaliseren wordt genoemd [22, 23]. Iedere kleine stap in dit globaal proces is even belangrijk en is nauw verbonden met de neurobiologische en fysiologische ontwikkeling van de baby en het jonge kind [24, 25].

Daarom onderstreept wetenschappelijk onderzoek het belang van de ontwikkelingsperiode tijdens de zwangerschap en de eerste 3 levensjaren, het belang van ‘Infant Mental Health’.

Als volwassen omringende wereld dragen we de verantwoordelijkheid om te voorzien in deze brede behoeften eigen aan de ontwikkeling van een pasgeboren baby. Aangezien deze ontwikkeling deel uitmaakt van een interpersoonlijk leerproces, wordt ook binnen de IMH-visie de band tussen de baby en zijn ouders en/of andere belangrijke zorgfiguren  vooropgesteld.  

 

Ontwikkeling: een complex psychobiologisch sociaal proces 

Zoals reeds aangehaald is ontwikkelen een complex proces. Genetische, fysiologische, neurologische, relationele en sociale factoren zijn voortdurend in samenspel met elkaar en beïnvloeden het gedrag, de emoties en de belevingen van zowel de baby als de ouder. Sterktes en zwaktes in deze verschillende ontwikkelingsdomeinen spelen op elkaar in. De omgeving kan bijvoorbeeld de expressie van bepaalde genetische kwetsbaarheden beïnvloeden of omgekeerd net een buffer vormen.  Bovendien wees wetenschappelijk onderzoek reeds meermaals op de plasticiteit van de hersenen gedurende de eerste levensjaren [24-25, 26-28]. Neuroplasticiteit verwijst naar de capaciteit van onze hersenen om zich te reorganiseren in de loop van onze ontwikkeling als respons op ervaringen, gebeurtenissen, leerprocessen enz. [29]. Wanneer de plasticiteit van de hersenen in een ontwikkelingsperspectief wordt beschouwd, kan psychopathologie worden gezien als een gevolg van een verstoorde ontwikkeling in de interactie tussen neurobiologie en interpersoonlijke ervaringen [30]. Anderzijds kan vanuit dit perspectief evenzeer de mogelijkheid tot bijsturen van verstoorde gehechtheidservaringen worden begrepen [31]. Bovendien blijken deze processen van plasticiteit nauw verbonden met die van genexpressie. Enerzijds responderen baby’s en kinderen vanuit een genetische aanleg op omgevingservaringen maar even goed kunnen interpersoonlijke ervaringen invloed uitoefenen op de genexpressie [29, 30].

Werken met baby’s en  jonge kinderen: werken met de context

De zorg van de baby

De emotionele beschikbaarheid van de ouders en de baby

De ouderlijke representaties

De uitdagingen van vroeg ouderschap

De mogelijkheden van groei en  verandering

 

Werken met baby’s en jonge kinderen staat garant voor het werken met hun context. De komst van een nieuwe baby betekent tevens het aanbreken van een nieuwe ontwikkelingstaak voor het hele gezin. De uitbreiding van twee naar drie of meer brengt een herpositionering van de betrokken gezinsleden mee [32-33]. Met betrekking tot triades, toonde onderzoek reeds meermaals aan dat baby’s van enkele maanden oud in staat zijn hun aandacht te verdelen tussen meerdere gesprekspartners [34-35]. Bovendien kunnen intergenerationele processen van onverwerkte rouw [36], onuitgesproken ouder-kind conflicten [37] of traumatische ervaringen [39] het vormen van een veilige gezinsbasis van gehechtheid belemmeren. Daarom is het belangrijk in het werken met zowel jonge kinderen als baby’s om een geïntegreerde kijk op de wederkerigheid en wederzijdse beïnvloeding tussen de baby/peuter en de rest van het gezin na te streven. Deze doelgroep verdient een specifieke benadering die bij voorkeur multidisciplinair is en een veilige en dragende context biedt waarbinnen ouders en hulpverleners samen, in dialoog, kunnen denken over zowel:

 

Werken vanuit een IMH-Visie betekent dat men volgende basisgedachten onderschrijft (*) :

De geboorte van en zorg voor een baby gaan gepaard met groei en verandering en initiëren een ontwikkelingstaak voor het gezin. Bij gezinsuitbreiding wordt een gezin uitgedaagd tot co-evolutie in het verdelen van zorg en creëren van ruimte voor nieuwe relaties.

De eerste jaren van de ontwikkeling hebben een belangrijke invloed doorheen het hele leven.

De vroege ontwikkeling van een baby is nauw verbonden met huidige en vroegere hechtingsrelaties vanuit de ouderlijke voorgeschiedenis. Deze kunnen gerelateerd zijn aan onverwerkte verlieservaringen,  traumatische gebeurtenissen maar evenzeer intergenerationele krachtbronnen van het gezin.

De helpende aanwezigheid van een hulpverlener of andere mentaal beschikbare zorgfiguur kan het risico op relationele- en ontwikkelingsmoeilijkheden reduceren én het ontstaan van  veilige hechtingsrelaties stimuleren.

Het belang van continuïteit in de context van de baby en in de hulverlening moet worden erkend.

De (aanstaande) ouders en het gezin moeten worden ondersteund binnen hun maatschappelijke en culturele context. Het voortdurend zoeken naar een juiste balans tussen de sociale zorg van de eigen omgeving van een gezin en de nood aan bijkomende zorg van een hulpverlener is een vereiste.

 (*) Deels gebaseerd op Washburn, B. J. (2002). Case studies in Infant Mental Health. D.J. Weathterston & J. Shirilla  (Eds.). Zero to Three: National Center for Infants, Toddlers, & Families.

 

Referenties

 

[1] Prechtl, H. F. R. (1984). Continuity of neural functions from prenatal to postnatal life. Clinics in Developmental Medicine, 94. Oxford, UK: Blackwell Scientific Publications.

[2] Bowlby, J. (1969/1982). (2nd ed.). Attachment and loss. New York: Basic.

[3] Papoušek, M. (2007). Communication in early infancy: an Arena of intersubjective    learning. Infant Behavior & development, 30, 258-266.

[4] Stern, D. (1985). The interpersonal world of the infant: a view from psychoanalysis and

            developmental psychology. New York: Basic books.

[5] Trevarthen, C. (2001). Intrinsic motives for companionship in understanding: Their origin, development, and significance for infant mental health. Infant Mental Health Journal, 22(1‐2), 95-131.

[6] Trevarthen, C. (2011). What is it like to be a person who knows nothing? Defining the          active intersubjective mind of a newborn human being. Infant and Child Development,   20, 119-135.

[7] Van Puyvelde, M., Rodrigues, H., Loots, G., Coster, L., Du Ville, K., Matthijs, L.,   Simcock, D. & Pattyn, N. (2014). Shall we dance? Music as a port of entrance to       maternal–infant intersubjectivity in a context of postnatal depression. Infant Mental       Health Journal, DOI: 10.1002/imhj.21431

[8] De Casper, A. J., & Fifer, W. P. (1980). Of human bonding: Newborns prefer their   mothers’ voices. Science, 208, 1174-1175.

[9] DeCasper, A. J., & Spence, M. J. (1986). Prenatal maternal speech influences newborns’ perception of speech sound. Infant Behavior & Development, 9(2), 133-150.

[10] Bushnell, I. W. R. (2001). Mother's face recognition in newborn infants: Learning and

memory. Infant & Child Development, 10(1-2), 67-74.

[11] Macfarlane, A. (1975). Olfaction in the Development of Social Preferences in the Human   Neonate. In R. Porter & M. O’Connor (Eds.), Parent-infant interactions (pp. 103-113).    New York: Elsevier.

[12] Bateson, M. C. (1979). The epigenesis of conversational interaction: A personal account of research development. In M. Bullowa (Ed.), Before Speech: The beginnings of human communication (pp.63-79). London: Cambridge University Press.

[13] Feldman, R. (2007). Parent-infant synchrony and the construction of shared timing;            physiological precursors, developmental outcomes, and risk conditions. Journal of         Child Psychology and Psychiatry, 48(3/4), 329-354.

[14] Gratier, M. (2003). Expressive timing and interactional synchrony between mothers and     infants: Cultural similarities, cultural differences, and the immigration experience.   Cognitive Development, 18(4), 533-554.

[15] Jaffe, J., Beebe, B., Feldstein, S., Crown, C. L., & Jasnow, M. D. (2001). Rhythms of        dialogue in infancy. Monographs of the Society for Research in Child Development,      (2, serial n°265).

[16] Malloch, S. N. (1999-2000). Mothers and infants and communicative musicality [Special

            Issue]. Musicae Scientiae: Rhythm, Musical Narrative and Origins of Human       Communication, 29-57.

 

[17] Trevarthen, C. (1998). The concept and foundations of infant intersubjectivity. In S. Bråten (Ed.), Intersubjective Communication and Emotion in Early Ontogeny. Cambridge: Cambridge University Press, 15-46.

[18] Van Puyvelde, M., Vanfleteren, P., Loots, G., Deschuyffeleer, S., Vinck, B., Jacquet, W., & Verhelst, W. (2010). Tonal synchrony in mother-infant interaction based on       harmonic and pentatonic series. Infant Behavior and Development, 33(4), 387-400.

[19] Van Puyvelde, M., Loots, G., Vinck, B., De Coster L., Matthijs, L., Mouvet, K., &

            Pattyn, N. (2013). The interplay between tonal synchrony and social engagement in        mother-Infant interaction. Infancy, 18(5), 849–872.

[20] Nagy, E., & Molnar, P. (2004). Homo imitans or homo provocans? The phenomenon of neonatal initiation. Infant Behavior & Development, 27(1), 57–63.

[21] Tronick, E. Z., & Reck, C. (2009). Infants of depressed mothers. Harvard Review

            Psychiatry, 17(2), 147-156.

[22] Fonagy, P. (1996). The significance of the development of metacognitive control over        mental representations in parenting and infant development. Journal of Clinical   Psychoanalysis, 5(1), 67-86.

[23] Fonagy, P., Gergely, G., & Jurist, E. L. (Eds.). (2003). Affect regulation, mentalization

            and the development of the self. Karnac Books.

[24] Schore, A. N. (1994). Affect Regulation and the Origin of the Self: The Neurobiology of Emotional Development . Hillsdale, New jersey: Lawrence Erlbaum Associates.

[25] Schore, A. N. (2002). Dysregulation of the right brain: a fundamental mechanism of

            traumatic attachment and the psychopathogenesis of posttraumatic stress disorder.         Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 36(1), 9-30.

[26] LeDoux, J. (1998). The emotional brain: The mysterious underpinnings of emotional life.    New York: Touchstone.

[27] Milner, B., Squire, L. R., & Kandel, E. R. (1998). Cognitive neuroscience and the study     of memory. Neuron, 20(3), 445-468.

[28] Nelson, C. A. (1995). The ontogeny of human memory: A cognitive neuroscience    perspective. Developmental psychology, 31(5), 723.

[29] Siegel, D. J. (2012). The developing mind: How relationships and the brain interact to         shape who we are. Guilford Press.

[30] Sroufe, L. A., & Rutter, M. (1984). The domain of developmental psychopathology.

            Child development, 17-29.

[31] Kandel, E. R. (1999). Biology and the future of psychoanalysis: a new intellectual

            framework for psychiatry revisited. American journal of psychiatry, 156(4), 505-524.

[32] Byng‐hall, J. (1995). Creating a secure family base: Some implications of      attachment      theory for family therapy. Family process, 34(1), 45-58.

[33] Dallos, R., & Smart, C. (2011). An exploration of family dynamics and attachment

            strategies in a family with ADHD/conduct problems. Clinical child psychology and        psychiatry, 16(4), 535-550.

[34] Fivaz-Depeursinge, E., Corboz-Warnery, A. (1999). The primary triangle. A             developmental systems view of mothers, fathers and infants. New York: Basic Books.

 

[35] Fivaz-Depeursinge, E., Favez, N., & Frascarolo, F. (2004). Threesome intersubjectivityin

            infancy. In D. Zahavi, J. Parnas, & T. Grünbaum (Eds.), The structure and

development of self-consciousness:Interdisciplinary perspectives (pp. 21–34). Amsterdam: Benjamins.

[36] Main, M., Kaplan, N., & Cassidy, J. (1985). Security in infancy, childhood, and      adulthood: A move to the level of representation. Monographs of the society for         research in child development.

[37] Fraiberg, S., Adelson, E., & Shapiro, V. (1975). Ghosts in the nursery: A psychoanalytic    approach to the problems of impaired infant-mother relationships. Journal of the    American Academy of Child Psychiatry, 14(3), 387-421.

[38] Perry, B. D., Pollard, R. A., Blakley, T. L., Baker, W. L., & Vigilante, D. (1995).    Childhood trauma, the neurobiology of adaptation, and? use? dependent? development   of the brain: How? states? become? traits?. Infant mental health journal, 16(4), 271-     291.

[39] Perry, B. D. (2001). The neurodevelopmental impact of violence in childhood. Textbook     of child and adolescent forensic psychiatry, 221-238.

WAIMH-Vlaanderen vzw - Lindendreef 1 - 2020 Antwerpen - T. 03/290 35 28 of 0475/ 24 39 42 - E-mail: info@waimh-vlaanderen.be